| Het
MKZ-virus houdt niet alleen de koeien binnen, ook de
duizenden vrijwilligers om weidevogels te zoeken blijven dit
jaar thuis. De weidevogels zijn nu vooral afhankelijk van
boeren en loonwerkers.

De tureluur
"We moeten ons
haasten om weidevogels te helpen", zegt Aad van
Paassen, coördinator bij Landschapsbeheer Nederland.
Jaarlijks worden op 15.000 boerenbedrijven weidevogels en
hun nesten opgespoord. Op 14.000 van die bedrijven gebeurt
dat doorgaans met behulp van vrijwilligers. Nu LTO en
Landschapsbeheer Nederland hebben afgesproken dat zij zelfs
niet vanaf de weg naar nesten mogen speuren, hoopt Van
Paassen dat boeren en loonwerkers zich ondanks de
MKZ-dreiging willen inspannen om de nesten te behouden.
Het voorjaar is niet vroeg, ook niet voor de weidevogels. De
eerste jonge kieviten lopen al rond en de eerste grutto's
komen deze week uit het ei. Maar het overgrote deel van de
jonge vogels, waardoor de populatie op peil wordt gehouden,
volgt in de laatste week van april en de eerste twee weken
van mei. Dat is net de tijd dat er gras wordt gemaaid of
maďs gezaaid. Om de nesten te sparen kunnen boeren en
loonwerkers ondertussen zelf aan de slag. "Ga nu op
zoek", adviseert Van Paassen. "Nu is het gras nog
niet zo lang. Over twee weken vind je de nesten moeilijker
terug."
Dat zoeken kost tijd, daarvan is hij zich bewust. "Ik
hoop dat boeren toch tijd hebben voor de weidevogels, al kan
ik me voorstellen dat ze juist in deze drukke tijd en met
het mond- en klauwzeervirus in het land wel iets anders aan
hun hoofd hebben."
Een vrijwilliger is ongeveer vier uur per week bezig om op
een bedrijf met 20 tot 25 ha grasland de nesten in kaart te
brengen. Vanaf de trekker, die dienst doet als schuilhut,
kan dat sneller. Van Paassen: "Dan kun je goed zien
waar vogels opvliegen. Dat is dé aanwijzing voor de plek
van het nest." Om het nest tijdens het maaien of
bemesten terug te vinden, kun je het nest markeren met
stokken. En je kunt de plaats ook noteren op een plattegrond
voor de loonwerker.

Vrijwilligers
|
| Kaarten
bieden helpende hand
Nu boeren
zonder vrijwilligers op zoek moeten naar weidevogels
en hun nesten, kunnen ze wel wat extra hulp gebruiken.
Daarom stuurde
Landschapsbeheer Nederland begin mei speciale kaarten
mee met OOGST. Deze kaarten zijn online te vinden op
de website van De Agrohof, klik hier
voor die pagina. |
Slobeenden en
tureluurs
Melkveehouder John Snelderwaard uit Amstelveen speurde
dit jaar tijdens het strooien van kunstmest en uitrijden van
drijfmest vanuit zijn trekker naar scholeksters, slobeenden,
kieviten, grutto's en tureluurs. Hij vond op zijn 29 ha
gras- en bouwland tot nu toe twintig nesten. De veehouder
verwacht dat het er niet zoveel zullen worden als in
voorgaande jaren. "Normaal, met de hulp van vier
vrijwilligers, vinden we zo'n 80 tot 90 procent van de
broedsels. Dit jaar zal dat wel iets minder zijn."

De kievit
Vooral voor het maaien zou hij nog wel hulp kunnen
gebruiken. "Tegen de tijd dat je kunt maaien is het
gras vrij lang. Zeker het nest van de slobeend vind je dan
niet meer vanuit de trekker."
Ondertussen houdt Landschapsbeheer Nederland samen met LTO
en andere weidevogelbeheerders de vinger aan de pols. Zodra
er geen uitbraken meer zijn en er geen kans meer bestaat dat
vrijwilligers het MKZ-virus meenemen, kunnen ze weer de wei
in. Want hoewel boeren steeds vaker zelf nesten zoeken, is
Van Paassen ervan overtuigd dat de hulp van vrijwilligers
onontbeerlijk is en dat zo de afstand tussen boer en burger
wordt verkleind.
Bron: OOGST
Landbouw, 27 april 2001 |